verslag oud

 

REISVERSLAG RECO-REIS “MAYAROUTE”

(Mexico – Guatemala – Belize – Mexico)

18 oktober – 10 november 2013

Deelnemers: Ted (tourleader) en Jos, Paul en Marie, Rob en Anneke, Jan en Gerda, Jan en Janet, Han en Annelies, Jan en Gudrun, Chris en Maria, Dick en Els, Janny, Nela, Corry, Gine, Heino en Hendrik.

 

Enige tijd zag het er naar uit dat de reis naar Midden-Amerika niet door zou gaan, doordat een paar weken voor het vertrek reisorganisatie OAD failliet ging:

“Wie een reis heeft geboekt via Oad, kan deze vakantie vergeten. Het bedrijf wil niet dat zijn klanten naar hun plaats van bestemming vertrekken.

De curatoren van de failliete reisorganisatie Oad ontraden alle klanten van zijn onderdeel touroperator Oad Reizen om op korte termijn naar hun bestemming af te reizen. De organisatie heeft bovendien besloten om alle vertrekken op lange termijn te annuleren. Er worden ook geen nieuwe boekingen gemaakt. Dat hebben de curatoren vrijdagochtend bekendgemaakt.”

Tourleader Ted heeft zich enorm ingespannen om de reis toch door te laten gaan en gelukkig verscheen enkele dagen later het volgende mailtje:

“Vakantiegangers

Alle ellende is voorbij HET GAAT DOOR, wij gaan naar Mexico onder dezelfde condities !

Zie onderstaande bevestiging van de SRC.

De slapeloze nachten zijn voorbij en we kunnen ons voorbereiden en de koffers gaan pakken.

Ik persoonlijk vind dat de SRC met name Sietske van de Maat, een warme douche en een bos bloemen heeft verdiend.

At your service

Ted , jullie tour(lijder)”

Gevolgd door het volgende berichtje:

“Vakantiegangers,

Ik ben zo vrij geweest om namens de groep een taart te laten bezorgen

Bij de afd. Group-travel van de SRC in Groningen.

Op de taart komt een foto van ons Logo (zie boven)

En daarbij een kaart met : “Namens de RECO-groep, hartelijk dank voor het redden van onze vakantie !”

Hert was wel een duur taartje maar met 26 personen valt het ook wel weer mee.

€ 1,50 pp en dat hebben jullie er graag voor over, neem ik aan .”

 

Dag 1,  vrijdag 18 oktober 2013, heenreis naar Cancun

04.45 uur:  Verzamelen bij de garage van OAD Reizen , Breukersweg 2 in Goor.

05.00 uur:  Vertrek per touringcar naar Schiphol.

07.00 uur: Verwachte aankomst  op de luchthaven en aansluitend inchecken voor de vlucht met United Airlines naar Cancun.

10.10 uur: Vertrek vlucht UA 059 naar Houston. De afstand Amsterdam – Houston bedraagt 5205 mijl.

13.45 uur (Amerikaanse tijd!): Aankomst in Houston, paspoort- en douaneformaliteiten, zoals het nemen van vingerafdrukken en het maken van foto, security-checks.

15.52 uur: Vertrek vlucht UA 1020 naar Cancun.

18.09 uur: Aankomst in Cancun. Hier werden we opgewacht door onze gids Ellen Paap (geboortig uit Zandvoort, maar al een achttal jaren woonachtig in Mexico-City) van Camino-tours met  buschauffeur Albino. Hij reed ons naar Hotel La Quinta Inn & Suites in Cancun, alwaar we 1 nacht verbleven. Cancun ligt in het oosten van Mexico op het schiereiland Yucatan en is een wereldberoemde badplaats. Voor 1970 was Cancun weinig meer dan een zanderig eiland en een vissersplaatsje met nauwelijks 100 inwoners. De regering besloot er een nieuw toeristencomplex van te maken en eind jaren zestig begon men met de bouw. Sindsdien is de bevolking met honderdduizenden toegenomen en jaarlijks komen hier meer dan 12 miljoen toeristen naar toe.

Dag 2, zaterdag 19 oktober, Cancun – Merida

Deze  morgen begon het voor de meeste dagen geldende vaste ritueel van wake-up call (06.30 uur), koffer voor de deur zetten, ontbijt en (om 08.00) uur vertrek. Via de archeologische site van Chichen Itza reden we naar Merida.

Chichen Itza is de best bewaarde Mayastad op het schiereiland Yucatan. De stad is relatief “nieuw”, de datering van het zuidelijk stadsdeel is onzeker maar het noordelijke deel werd gebouwd van 900 – 1100 na Chr. Bekende bouwwerken zijn het “Observatorium” dat El Caracol (= de slak) werd genoemd vanwege zijn wenteltrap, het “nonnenklooster”, zo genoemd omdat de kleine kamers de Spanjaarden aan kloostercellen deed denken, de tempel van de krijgers die versierd is met beelden van de god Chac  van regen en bliksem (door gids Ellen misschien een beetje oneerbiedig Sjaak genoemd) en de 24 meter hoge piramide “El Castillo” die gewijd was aan mayagod  Kukulcan. Door zijn opvallend ontwerp overheerst deze piramide  de hele site. Op de dagen van de zonnewende wordt pas echt duidelijk hoe sterk dit staaltje Mayabouwkunst is. Net voor de zon ondergaat tekenen de schaduwen van de tempeltrappen het 34 meter lange silhouet van een slang. Kukulcan, de god van de elementen, de heilige gevederde slang, straalt je tegemoet. Het is de magie van de Maya’s in optima forma. Indrukwekkend was ook de balspeelplaats die met zijn lengte van 168 meter de grootste balspeelplaats in Meso-Amerika was. De twee versierde ringen waar de bal doorheen moest zijn nog intact. Verder was er een “cenote sagrada”, een heilige bron waarheen een Mayaweg leidde. In de poreuze kalkbodem van het schiereiland Yucatán zitten honderden van deze cenotes. Soms stort het plafond naar beneden zodat er een groot gat ontstaat zoals dat bij Chichén Itzá. Deze grote natuurlijke bron werd ook gebruikt voor mensenoffers.

We zagen er ook “kauwgombomen”, de sapodilla’s. Deze boom (Manilkara zapota) is  groenblijvend, tot 35 m hoog, met een dicht vertakte, brede kroon en een  ongeveer 80 cm brede stam. De boom is windresistent en de schors, bladeren en onrijpe vruchten zijn rijk aan een wit, kleverig melksap. Dit melksap (chicle) uit de bast kan dienen als grondstof voor kauwgom. (Hoewel hiervoor tegenwoordig vaker synthetische stoffen worden gebruikt.) Het kauwgommerk “Chiclets” ontleent zijn naam hieraan.

Vervolgens begaven we ons, na een heerlijk lunchbuffet, op weg naar Merida. Onderweg vertelde de gids nog dat Mexico 31 deelstaten kent en dat er naast het Spaans nog 62 andere officiële talen gesproken worden.

Merida is de hoofdstad van de Yucatan. De conquistador Francisco de Montejo stichtte deze stad in 1542 op de ruïnes van een grote Mayanederzetting. Deze stad die tijdens de Spaanse koloniale tijd al een stad van importantie was werd dat begin 20e eeuw opnieuw toen het als gevolg van het plaatselijk geproduceerde sisal en touw een nieuwe economische bloeitijd doormaakte. In Merida zijn dan ook nog mooie huizen van de toenmalige sisal-plantagehouders te vinden, vele huizen zijn gebouwd door Italiaanse architecten. Niet verwonderlijk dat de “boulevard” in Merida de naam Paseo Montejo heeft en dat het lokale bier “Montejo” heet. De Casa Montejo aan de Plaza is tussen 1540 en 1550 gebouwd door de zoon van de befaamde conquistador. In Merida kun je je in koetsjes laten rondrijden, lekkere sapjes drinken genieten van de Mexicaanse keuken. De kerk van Merida, gebouwd in 1561, is een van de oudste van het Amerikaanse continent.

Het 19de-eeuwse Palacio de Gobierno huisvest de staatsregering van Yucatan. Bijzonder zijn de talrijke grote muurschilderingen die de binnenplaatsen, trappen en de lobby op de eerste etage sieren. Ze werden in de jaren zeventig geschilderd door Fernando Castro Pacheco, een lokale kunstenaar, en tonen zijn visie op de Yucateekse geschiedenis. De muurschildering in het trappenhuis, de eerste die door hem in 1971 is geschilderd, heeft als thema de Meso-Amerikaanse opvatting van de Maya’s van een wereld die opgedeeld is in 5 delen: Oost, Zuid, West, Noord en Centrum. De belangrijkste figuur in de schildering is een Maya-man die voortkomt uit een maïskolf, zoals beschreven is in de “Popol Vuh”, het heilige boek van de Maya’s. Een andere schildering slaat op de agrarische hervormingen die tot stand kwamen door Felipe Carillo Puerto en Lazaro Cardenas. Zij waren belangrijke figuren in de emancipatie van Mayaboeren. Ook is er een schildering van Salvador Alvarado die beschouwd wordt als “de enig ware bevrijder van de Mayaslaven”. Hij was gouverneur van Yucatan van 1915 tot 1918. Naast vele andere schilderijen is er ook een van een man die gebukt gaat onder een zware baal sisal. Sisal komt van een plant die door de Maya’s geteeld werd voor de productie van touw. De Spaanse conquistadores besteedden weinig aandacht aan deze plant, pas in de 1e helft van de 19 eeuw werd de sisalproductie van economische betekenis.

Op vrijdag- en zaterdagavond is het erg gezellig in het centrum van Merida. Een aantal straten wordt afgesloten voor het verkeer en op straat worden podiums geplaatst voor de verschillende bandjes die s’ avonds optreden. Om 19.30 uur was het diner in het hotel: champignonsoep, kip a la naranja en als dessert flan. We verbleven twee nachten in hotel Residencial.

Dag 3, zondag 20 oktober, Merida

Om 7.15 uur was het ontbijt, vervolgens vertrokken we om 8.00 uur naar Celestun. Dit natuurpark en vogelreservaat is een brakwatergebied met mangrovebossen ten westen van Merida aan de Golf van Mexico en staat bekend om haar roze flamingo’s. Ik heb ergens gelezen dat er in Mexico 769 vogelsoorten leven, langs de kust van Yucatan leven meer dan 320 soorten hiervan, zoals de flamingo’s. Helaas waren er ten tijde van ons bezoek slechts enkele flamingo’s te spotten, er werden wel talrijke andere vogelsoorten, o.a. aalscholvers, verschillende soorten reigers, visarenden, ijsvogels, en lepelaars waargenomen. Met bootjes werd er naar het mangrovebos gevaren, waar we over een aangelegde houten wandelweg door het bos (Reserva de la Biosfera Ria Celestun) konden wandelen. Wel oppassen voor losliggende en ontbrekende planken!

Onderweg naar Celestun vielen ook de dahliabomen op.

’s Avonds om 19.00 verzamelden we ons in het hotel om in de stad te gaan eten. Deze kennismaking met de Mexicaanse horeca heeft op velen van ons diepe indrukken nagelaten. Allereerst werden we welkom geheten door een fraai geklede knappe jongedame. Dat het personeel ons als een bezienswaardigheid zag was nog niet zo bijzonder, maar het gebrek aan efficiëntie bij het bedienend personeel en de lange tijdsduur tussen de verschillende gangen leidden bij ons tot verwondering. Het feit dat op een gegeven moment het bier (Corona) op was en dat dat maar langzaam tot het bedienend personeel doordrong heeft tot vele lachbuien in ons gezelschap geleid!

Dag 4, maandag 21 oktober, Merida – Campeche

Wake-up: 6.30 uur, ontbijt 7.15 uur, vertrek 8.00 uur. We gingen naar Campeche via Uxmal. Onderweg stopten we ook nog bij een voormalige sisalplantage: Hacienda Yaxopoil, iets ten zuidwesten van Merida. Het bestaat uit een enorm, door een plantage omringd landhuis. Het is nu een museum dat aan het leven op een hacienda is gewijd. In zijn glorietijd omvatte deze 11.000 hectare, tegenwoordig is er nog 3% van over. Opvallend is de uit de koloniale tijd stammende  “Moorse” dubbele poort bij de ingang van de hacienda, waarschijnlijk de mooiste in heel Yucatan.

Vervolgens werd Maya-site Uxmal (betekent: drie maal gebouwd) bezocht. Dit is een van de meest complexe en harmonieuze uitdrukkingen van Puuc-architectuur. De meeste gebouwen stammen uit de 7e tot 10e eeuw na Chr. In tegenstelling tot de meeste Maya-sites in Yucatan heeft Uxmal geen heilige bronnen. De Maya’s van Uxmal hadden tijdens hun hoogtijdagen één groot probleem: de lange periodes van droogte. De kalkbodem hield het water niet vast en als de regens te lang uitbleven, braken er grote hongersnoden uit. Het water werd daarom verzameld in reservoirs (chultunes), waarvan we er een zagen bij de ingang.  De god der goden was dus regengod Chac. De waterschaarste kan het grote aantal afbeeldingen van Chac verklaren. Opvallend aan deze afbeeldingen zijn de starende ogen, de lange stompe reptielneus, de grote tanden en de oor versiering. De hoge en steile Piramide van de Tovenaar (El Adivino) is het opmerkelijkste monument van Uxmal. De legende wil dat hij in 1 nacht is gebouwd door een dwerg met bovennatuurlijke krachten (de tovenaar), maar in werkelijkheid zijn er vijf bouwfasen te onderscheiden (van de 6e tot de 10e eeuw na Chr.) elk gebouwd op de vorige fase. Er staan dus 5 tempels op de piramide. Andere bouwwerken zijn: het gouverneurspaleis, de grote piramide, het nonnenklooster en de “duiventil”. Op het terrein bevond zich ook de jaguartroon, een troon met de vorm van een tweekoppige jaguar, een dier dat met koningen wordt geassocieerd.

Na de lunch was het nog ongeveer 2 uur rijden naar Campeche, een stad die op de Unesco werelderfgoedlijst staat vermeld. We verbleven hier 1 nacht in hotel Baluartes.

Dag 5, dinsdag 22 oktober, Campeche – Palenque

We reden in ongeveer 5 uur langs de kust van de Golf van Mexico  van Campeche naar Palenque. De lunch was een “picknick” waarbij we de door ons zelf in de supermarkt gekochte etenswaren verorberden. Er was een stop aan het strand, waarbij in de Golf van Mexico gezwommen kon worden. We verbleven 3 nachten in hotel Maya Tulipanes.

Dag 6, woensdag 23 oktober, Palenque

Wake-up: 5.15 uur, vertrek 6.00 uur, ontbijt is onderweg.

Het programma van deze dag werd omgeruild met het programma van dag 7, omdat er anders twee nogal “pittige” dagen achter elkaar zouden zijn. Vandaag was het een z.g. “expeditie dag” naar de grens van Mexico met Guatemala. Bezocht werden de Maya-sites Bonampak met zijn unieke Maya muurschilderingen en vervolgens gingen we naar Yaxchilan, een klassieke Mayastad diep in de jungle. De lunch was inclusief, diner was deze dag voor eigen rekening.

We reden via weg 307 naar Bonampak in de Selva de la Candona. De bus werd geparkeerd en met busjes van de lokale Lacandon-indianen (van de Sociedad Cooperativa Lacanja Chanzayab)  werden we naar de stad vervoerd. In de Maya tijd had deze relatief kleine, in de jaren veertig ontdekte stad tussen de 5.000 en 10.000 inwoners. De meeste gebouwen stammen uit de 8e eeuw. De site is bekend vanwege zijn steles (rechtopstaande stenen bij rituele plaatsen die vaak het leven van heersers en hun oorlogszeges beschrijven) en muurschilderingen. De laatstgenoemde datum op de steles is 792 na Chr.  Ze bereikte haar hoogtepunt onder Chaan Muan II (776 – 790). Hij gaf de opdracht voor de opmerkelijke Tempel van de Schilderingen. Helaas was de derde kamer wegens restauratiewerkzaamheden gesloten. Kamer 1 toont edelen in fraaie kleren en bewerkelijke hoofdtooien. De twee belangrijkste schilderingen in de middelste kamer (kamer 2) tonen een strijd waarin Mayakrijgers hun vijanden verslaan en krijgsgevangenen martelen. Ze tonen scenes uit het leven van de klassieke Maya’s in levendige kleuren en met groot gevoel voor realisme. Een strijd scène uit kamer 2 toont o.a. een in jaguarvel gehulde krijger die een vijand bij zijn haar grijpt. Er worden nog steeds restauratiewerkzaamheden verricht, we konden zien dat iemand in een gat in de grond bezig was met een tandenborstel bepaalde delen beter zichtbaar te maken.

Nadat we met de busjes weer waren teruggebracht naar onze bus reden we naar de Usumacinta-rivier, waar we op de boot stapten die ons naar Yaxchilan zou brengen. Via het web van gangen in het Labyrinth, een 1400 jaar oude tempel die nu bewoond wordt door vleermuizen, (nu snappen we ook waarom we een zaklamp mee moesten nemen!) kwamen we op het Grote Plein. Hier staan steles die o.a. aderlatingen tonen om de goden gunstig te stemmen. De talrijke inscripties van Yaxchilan, die je ook op muren, lateien en trappen aantreft beschrijven uitvoerig het bewind van zijn illustere heersers, onder wie Schild Jaguar III en zijn zoon Vogel Jaguar IV. Dankzij deze in symbolen vertelde verhalen kregen archeologen meer inzicht in de geschiedenis van de Maya’s. De oudste datum die op steles in Yaxchilan is gevonden is 356 na Chr., de laatst gevonden datum is 808. In een ruïne die de Kleine Acropolis wordt genoemd is op een latei te zien hoe de heerser een knielende gevangene bij het haar grijpt als teken van hoon en overheersing. Vanaf de heuveltop was er een goed uitzicht op het omringende oerwoud, het grootste aaneengesloten stuk subtropisch bos ten noorden van de Amazone. Het angstaanjagend gebrul dat we hoorden was afkomstig van een groep brulapen.

Dag 7, donderdag 24 oktober, Palenque

Wake-up 7.30 uur, ontbijt 8.15 uur, vertrek 9.00 uur.

’s Morgens bezochten we de archeologische van Palenque, ’s middags konden we op eigen houtje de stad verkennen.

De Maya’s kwamen voor het eerst in Palenque (de bouwers en bewoners spraken zelf van Otulum: de ommuurde stad) in 100 voor Chr. en de stad bereikte haar hoogtepunt tussen 600 en 800, toen ze als regionale hoofdstad diende. De stad raakte begin 10e eeuw in verval en werd overwoekerd door het steeds oprukkende oerwoud. Toen de Spanjaarden er in de 16e eeuw arriveerden resteerde er nog maar weinig van. Wat nu zichtbaar is bedraagt ongeveer 12% van wat het oorspronkelijk was. Vele van de gebouwen werden gebouwd onder Pakal, de 7e eeuwse koning die in de tempel van de Inscripties werd begraven met een reusachtige jadeschat, o.a. het bekende dodenmasker. De inscripties waaraan de tempel zijn naam dankt zijn te zien op de tempelmuren. Er zijn in totaal 617 schrifttekens, die over drie stenen platen zijn verdeeld. Tot nu toe zijn ze slechts ten dele ontcijferd. Een ander gebouw, Het Paleis, ligt op een platform van zo’n 100 bij 80m en 10m hoogte en  is het werk van vele koningen. De oudste gebouwen stammen uit de tijd van Pakal. Wanneer we de afbeelding van koning Pakal in het stucwerk op de pilaren van de koninklijke residentie nauwkeurig bestuderen zien we dat hij een “klompvoet” had. Vooral interessant zijn de beelden van gevangenen op de binnenplaats. Het Ovale Tablet toont de troonsbestijging van Pakal, die koninklijke emblemen van zijn moeder, tijdelijk koningin, krijgt.

De lunch die we onderweg genoten bestond uit een op een bijzondere manier bereide kip- of vleesmaaltijd. De kip (of het vlees) werd gaar gemaakt in een soort “oven” die in de grond was gemaakt en met aarde was afgedekt. Na de smakelijke lunch werden we getrakteerd op een soort breezer gemaakt van kahlua, tequila en mineraalwater, die (nadat een grote Mexicaanse sombrero op je hoofd was gezet) je moest opdrinken nadat er eerst een harde klap mee op de tafel werd gegeven.

Midden op een rotonde in de nabijheid van het hotel is een metershoog wit standbeeld van het hoofd van koning Pakal geplaatst.

Gine was vandaag jarig en Ellen had voor haar om 18.30 uur een “Piñata” georganiseerd voor haar. Een piñata is een felgekleurde figuur, meestal gemaakt van papier-maché die traditioneel gevuld is met zoetigheden, vruchten of kadootjes.  Piñata’s komen van oorsprong niet uit Mexico, maar uit China. Piñata’s worden gebruikt met kerst en (kinder)verjaardagen. De piñata wordt gevuld met snoep, confetti en eventueel kleine cadeautjes, waarna hij wordt opgehangen. De kinderen mogen er geblinddoekt tegenaan slaan zodat er wanneer hij breekt, een stortvloed van snoepjes, confetti e.d. over de kinderen heen valt. Vroeger had een piñata meestal de vorm van een dier (vaak een ezel) of mens. De traditionele Mexicaanse piñata is een zevenpuntige ster, waar elke punt voor een van de zeven hoofdzonden staat. Na afloop van de piñata was het diner in het hotel.

Dag 8, vrijdag 25 oktober, Palenque – San Christobal de las Casas

Wake-up: 6.30 uur, ontbijt 7.15 uur, vertrek 8.00 uur.

We reden van Palenque via Ocosingo en Los Altes de Chiapas (die een uitloper zijn van de Sierra Madre del Sur) naar San Christobal de las Casas. Deze plaats zal de hoogst gelegen (2100 meter) verblijfplaats zijn tijdens onze reis. Omdat we de bergen ingaan zal het er ook wat koeler zijn. Op het bochtige traject (met veel waarschuwingen voor “curva peligrosa”) door de bergen zijn er regelmatig aardverschuivingen als gevolg van ontbossing. Over de afstand van 220 kilometer deden we ongeveer 6,5 uur, omdat er te pas en te onpas verkeersdrempels (soms met daarbij een illegale tolpost) zijn aangelegd, in totaal 317 stuks! De gemiddelde snelheid bedroeg dus nog geen 40 kilometer per uur. Eerst kwamen we bij de 35 meter hoge waterval (cascade) van Misol Ha (wat “vallend water” betekent).

Chiapas (dat 3% van het oppervlak van Mexico beslaat) staat vanwege de sterke Indiaanse cultuur weliswaar bekend als een van Mexico ’s authentiekste en daardoor populairste bestemmingen. 43% van alle flora en fauna van Mexico komt hier voor. Het is echter bepaald geen deelstaat zonder problemen. Het is min of meer een autonoom gebied waar de indianengemeenschappen de dienst uitmaken. “Indiaan” (Indio) is eigenlijk een scheldwoord, “Indigena” is het politiek correcte woord. Naast Mestiezen (de nakomelingen van de Spanjaarden) en de originele bewoners wonen er hier ongeveer 1,3 miljoen Maya’s. Arm, vaak ondervoed en met het hoogste percentage analfabetisme van het hele land. In Chiapas leeft een sterke onderhuidse rebellie tegen de falende Mexicaanse overheid die de Indianen in de steek laat. Overal langs de weg zie je op muren en plakkaten verwijzingen naar de nationalistische beweging E.Z.L.N. (Ejercito Zapatista de Liberacion Nacional). Deze organisatie nam op 1 januari 1994 onder leiding van de toen gemaskerde “Subcommandante Marcos” de plaats San Cristobal de las Casas in. Hun doelen (afgekeken van Emiliano Zapata) zijn een herverdeling van de macht en rijkdommen van de staat. De “Zapatistas” zoals ze worden genoemd werden door het leger uit de stad verdreven en vluchtten naar de jungle. Er is inmiddels een bestand met de Mexicaanse regering, maar het is broos en het verzet smeult nog altijd. Ook wij maakten kennis met de eerste wegblokkade d.m.v. stenen en een spijkerbalk met touwen eraan. Na betaling van 250 peso’s (ongeveer 15 euro) mocht de bus doorrijden. Ellen vertelde dat dergelijke situaties zich in Guatemala niet voordoen omdat de indianen daar een meerderheid vormen en daardoor minder problematisch zijn.

We bereikten vervolgens het Parque Nacional Agua Azul met enkele van de mooiste  watervallen van Mexico.  Agua Azul betekent “Blauw water”, bij nadere beschouwing bleek het water niet blauw te zijn, maar als gevolg van de vele regenval in de bergen was het water bruin! Na het betalen van “ecotaks” kregen we een oranje armbandje waarna de imposante watervallen bezocht konden worden. Er zijn in totaal meer dan 500 watervallen die in hoogte variëren van 3 tot 30 meter.

Op weg naar San Christobal de las Casas kwamen we  een tweede wegblokkade tegen, deze keer kwamen we er vanaf met een koopje: 50 peso’s!  Een eind verderop stootten we op een 3e blokkade, waar al zo’n twee kilometer file voor staat. Het zag er dreigend en grimmig uit. De deels vermomde zapatisten waren bewapend met grote knuppels. Er zat niets anders op dan met onze handbagage de bus te verlaten en langs de file naar het eind van de blokkade te lopen, waar twee taxibusjes die door gids Ellen waren besteld ons naar het hotel zouden brengen. De bus (met daarin onze koffers) kan waarschijnlijk pas na 20.00 uur, maar in het  in het slechtste geval pas na 01.00 uur verder rijden. We kwamen in de busjes aan bij ons hotel Arrecife de Coral waar we 3 nachten zullen verblijven. Na het diner bleek dat de bus met de koffers inmiddels ook bij het hotel was gearriveerd.

Dag 9, zaterdag 26 oktober, San Christobal de las Casas

Wake-up: 7.30 uur, ontbijt: 8.00 uur, vertrek:  9.00 uur

We bezochten 2 indianengemeenschappen. De Maya’s zijn opgesplitst naar taalgroepen en daarbinnen zijn er weer opsplitsingen. De ene Tzotzil is dus niet te vergelijken met de andere. Ook de klederdrachten zijn verschillend.  We bezochten als eerste de gemeenschap San Lorenzo de Zinancatan, het “paarse” dorp. Hier worden vooral snijbloemen, hoofdzakelijk rozen geteeld. Deze bloemen worden o.a. gebruikt om de kerk te versieren. In het dorp heeft de “dorpsraad” (autoridados) veel macht. De ene dorpsraad is wat strenger dan een ander, het berust op een soort corveesysteem. Ze hebben platte hoeden op met linten eraan. De linten komen overeen met de veren van de Maya-opperhoofden van vroeger, ze maken iemand belangrijk of heilig. Nadat Ellen een briefje getekend had dat we ons goed zullen gedragen en ons nogmaals benadrukt heeft absoluut geen foto’s in de kerk te maken gingen we het dorp bezichtigen. Als eerste gingen we naar de kerk. Op het moment dat we binnenkwamen was er een mis bezig in het Tzotzil.  Veel bloemen, brandende kaarsen en aangeklede heiligenbeelden, soms omhangen met spiegeltjes, bepaalden het beeld. Bijna negen van de tien Mexicanen noemt zichzelf katholiek. Het Mexicaanse katholicisme kent vele voorchristelijke elementen. De maagd van Guadeloupe, de vooral onder de armen meest aanbeden figuur is de beschermheilige van Mexico. Het is een soort “Indiaanse Maria”. Helaas mochten er in de kerk geen foto’s worden gemaakt, overtredingen kunnen naar Indiaans recht bestraft worden met 50 stokslagen

We gingen vervolgens naar het huisje van Anita (28 jaar), een van de “pennenmeisjes” en haar moeder die ’s morgens bij het hotel met hun koopwaar al aanwezig waren. “Pennenmeisje” omdat ze fraai de naam borduren in een omhulsel om een balpen. Onderweg zagen we nog de Chayote-plant, een plant met stekelige vruchten, vruchten die we de vorige avond als toetje opgediend kregen. De hangende groene vrucht is peervormig, 7-10 cm groot en tot 1 kg zwaar. Het vruchtvlees heeft een groenig-witte kleur en smaakt komkommerachtig. Deze plant was al bij de Azteken en de Maya’s  bekend. In principe zijn alle delen van de plant eetbaar. Hoofdzakelijk wordt de onrijpe vrucht bereid door hem te schillen, van zijn zaad te ontdoen en vervolgens te stoven, te koken of te bakken.

Bij het eenvoudige huisje van Julia en haar ouders konden we zien hoe ze woonden. Binnen werden er op een vuurtje tortilla’s gebakken en in een hoek van de woonruimte was er een huisaltaar gemaakt. Er was er de mogelijkheid om kleurig geweven doeken en andere textielwerken te bewonderen en aan te schaffen.

Daarna  bezochten we het op 10 minuten rijden afstand gelegen dorp San Juan Chamula. De bus werd geparkeerd in de nabijheid van het kerkhof, waarop mensen druk bezig waren met het netjes maken en versieren van de graven in verband met de komende feestdag Allerzielen. In dit dorp dragen de vrouwen harige, zwarte schapenwollen rokken (die 2900 peso’s kosten!) en ook de mannen dragen een soort schapenwollen jack. In het Tzotzil heten schapen “katoenherten”, in de Maya taal bestond er geen woord voor “schaap”. De specialiteit van dit dorp zijn de groenten en fruit die op de lokale markt worden verkocht. Het dorp is armoediger dan San Lorenzo, waarvan de geteelde rozen een nationaal product zijn geworden. Ook San Juan kent een bestuur van zelfgekozen religieuze en politieke leiders. En waar iemand die straf verdient vreemd genoeg wordt aangewezen om als een soort gemeenschapsboete deel uit te maken van de ordedienst, compleet met stok. Wie het in zijn hoofd haalt om ze te fotograferen, of in de kerk te fotograferen, kan erop rekenen dat ze direct de memory-stick uit je toestel slopen, want fotograferen staat hier gelijk met het stelen van de ziel. Ik mocht er zelfs geen aantekeningen in mijn boekje maken! (Gelukkig bleven stokslagen mij bespaard.)

In de kerk was de vloer bezaaid met lange dennennaalden. Er werd gebeden achter een grote hoeveelheid zorgvuldig opgestelde kaarsjes van verschillende kleur. De kaarsjes werden geflankeerd door flessen sterke drank en Coca Cola. Want cola gaat hier door voor heilig water en wordt in grote hoeveelheden bij allerhande rituelen in de kerk gebruikt. Cola doet je boeren en dat verdrijft de boze geesten, en wie het tussen de rijen kaarsen op de vloer sprenkelt gelooft dat zijn gebed sneller wordt verhoord. Ook werden er kippen geofferd, die wanneer ze de nek was omgedraaid meegenomen werden naar huis en daar werden begraven. Men gelooft dat de boze geesten in de kip zijn overgegaan. Het is een mix van heidense spiritualiteit in een katholiek sausje (of katholieke spiritualiteit in een heidens jasje).

De rest van de dag was ter vrije besteding, ’s avonds gingen we uit eten. Op het menu stonden tomatensoep, vis en als toetje guave-mousse. We werden er door Ellen aan herinnerd dat we komende nacht de klok een uur moesten terugzetten.

Dag 10, zondag 27 oktober, San Christobal de las Casas

Wake-up: 7.30, ontbijt: 8.00 uur, vertrek: 9.00 uur.

We reden vanuit San Christobal de las Casas over de snelweg via Tuxtla Gutierrez naar het Parque Nacional Cañón del Sumidero We maakten (gehuld in een oranje zwemvest) een anderhalf uur durende boottocht door de Sumidero kloof. De Cañón del Sumidero is een kloof in het dal van de Grijalva rivier. De kloof is ontstaan door een geologische breuk in het pleistoceen en is een van de belangrijkste toeristenattracties van Chiapas. De Cañón begint bij de stad Chiapa de Corzo en eindigt bij de Chicoasén-dam waar 33% van de energie voor Mexico opgewekt wordt door de hydro-elektrische centrale. De kloof is afgebeeld op het wapenschild van Chiapas. We zagen mooie watervallen, minder mooie ophopingen van (vooral plastic) afval, maar ook verschillende vogelsoorten (veel gieren, pelikanen), een leguaan en een aantal krokodillen. Op de terugweg naar ons hotel passeerden we een tolpost op de snelweg die was ingenomen door Zapatisten, zo’n vijftigtal voornamelijk jongemannen, deels gemaskerd en voorzien van knuppels. Het tarief dat ze vroegen bedroeg 30 peso’s.  De politie stond een eindje verderop werkeloos toe te kijken, ze mogen niets doen omdat het autonoom gebied van de Indianen betreft. En vlak voordat we in San Christobal terug waren was er opnieuw een wegblokkade. Om gek van te worden!

Dag 11, maandag 28 oktober, San Christobal de las Casas – Panajachel

Wake-up: 5.00 uur, vertrek: 6.00 uur.

We moesten om 5.45 uur bij de receptie aanwezig zijn, waar we een ontbijtpakket meekregen. Het was twee uur rijden naar de grens met Guatemala. De “stempelpost” waar we 300 peso’s visumkosten moesten betalen had de naam Ciudad Cuauhtemoc. De eigenlijke grensplaats heette La Messila. Daar namen we ook afscheid van onze chauffeur Albino, aangezien een Mexicaanse bus Guatemala niet in mag. Onze bagage werd door kruiers over de grens gebracht, waar de Guatemalteekse bus met chauffeur Roberto kwam aanrijden. Ellen vertelde dat vooral de route Zuid – Noord berucht is vanwege mensensmokkel. (Wij zitten nu op de route Noord – Zuid). Guatemala zal volgens haar nog meer een aanslag doen op onze zintuigen dan Mexico al deed. 70% van de Guatemalteekse bevolking leeft onder de armoedegrens. Ze hebben een 36 jaar durende burgeroorlog achter de rug, die in 1996 werd beëindigd. Het volk is dienstbaar en aardig, maar ook wel een beetje op afstand. Last van wegblokkades zullen we hier niet hebben, wel is er het gevaar van “landslides” op de weg. We reden een stuk van de “Panamerican Highway” en gebruikten onze lunch in de stad Huehuetenango. Na de goedverzorgde lunch in een restaurant met schone toiletten (!) was het nog 3 uur en een kwartier rijden naar Panajachel. Ellen vertelde nog een aantal wetenswaardigheden: Guatemala heeft 38 vulkanen, waarvan een aantal nog actief is. De bijnaam van Guatemala is; “land van de eeuwige lente”. Het is echter ook het meest militaristische land van Midden – Amerika. Het land is 2,5 x zo groot als Nederland en heeft 14 miljoen inwoners. Ongeveer 54% hiervan is puur Maya, verdeeld over een aantal taalgroepen. De rest zijn de z.g. “Ladinos”, het equivalent voor wat in Mexico de mestiezen zijn. De vermenging van de oorspronkelijke bewoners met Spanjaarden was ook veel minder dan in Mexico het geval was. Guatemala telt 22 departementen, maar ze tellen Belize mee als “hun” 23e departement. Het grootste departement is Peten, ongeveer 1/3 oppervlakte van heel Guatemala. Onze eerstvolgende stop is bij een belangrijk kruispunt van wegen: Quatrocaminos in de buurt van Quetzaltenango. We zien hier in praktijk wat Ellen ons vertelde over de buschauffeurs (“pilotes” genoemd) en de busboys die verantwoordelijk zijn voor de kaartverkoop en het regelen van de bagage. De kakafonie aan geluiden gemaakt door de verschillende bussen en het geroep van de bestemmingen door de busboys maakten een onvergetelijke indruk. De weg naar ons hotel aan het meer van Atitlan leidde over een nieuwe weg, (omdat de oude weg als gevolg van orkaan “Stan” verwoest was). die ons over het hoogste punt (, genaamd “Alaska”) van onze reis ,over de 3000 meter, voerde. Het meer van Atitlan, gelegen op ongeveer 1600 meter hoogte is een kratermeer en is 18 km lang en op het breedste punt 2 km breed. Panajachel is van oudsher bekend als het oord waar in de jaren 60 en 70 vanuit alle wereldhoeken hippies naar toe kwamen. Deze zijn inmiddels vervangen door toeristen. Het hotel Jardines del Lago waar we 2 nachten zouden verblijven ligt direct aan het meer, dat door de schrijver Aldous Huxley het mooiste meer ter wereld werd genoemd, en het heeft een eigen aanlegsteiger. Vanuit het hotel hadden we over het meer een prachtig uitzicht op drie vulkanen: de Atitlan, de Toliman en de San Pedro.

Dag 12, dinsdag 29 oktober, Panajachel

Wake up: 7.30 uur, ontbijt 8.15 uur, vertrek 9.00 uur.

We maakten onder leiding van gids Lola een boottocht naar het plaatsje San Pedro, dat na een uur varen werd bereikt. We bezochten de markt, ook  dronken we (lekkere) koffie bij een koffiehuis genaamd Las Christalinas. Vervolgens voeren we naar Santiago Atitlán, wat ook weer een uurtje varen was. Daar brachten we een bezoek aan een huis waar een beeld van een “heilige” genaamd Maximón  stond. De bewoners van het huis bieden Maximón een jaar lang onderdak, vervolgens gaat hij naar een ander huis. Maximón is een heilige die in verschillende gedaanten wordt aanbeden door Maya’s in verschillende steden in het hoogland van westelijk Guatemala. Hij ziet er uit als een soort vogelverschrikker die sjofele Europese kledij draagt. Meestal is hij getooid met een hoed en een zonnebril en rookt vaak een sigaar. Hij heeft een zeer onsympathiek uiterlijk omdat hij de boze God Mam vertegenwoordigt, hoewel hij ook wel wordt geassocieerd met Pedro de Alvarado en met de christelijke Judas. In de meeste steden is hij het middelpunt van spot en afschuw. Een uitzondering hierop is de stad Santiago Atitlán. Hier wordt hij juist vereerd en door religieuze broederschappen bewaakt en vereerd in een aparte ruimte die om de zoveel tijd van plaats veranderd. In Santiago Atitlán wordt de Maximón ook vereerd door hem te versieren met vele kleurige sjaals. Helaas mochten er geen foto’s of filmopnamen worden gemaakt.

Dag 13, woensdag 30 oktober, Panajachel – Antigua

Wake-up: 6.30 uur, ontbijt: 7.00 uur, vertrek: 8.00 uur.

We gingen op weg naar Chichicastenango, onderweg kwamen we door het plaatsje Solola in het gelijknamige district. Opmerkelijk is de typische klederdracht van de mannen aldaar, ze dragen een bontgekleurde broek met een soort “rokje” er over. Ellen vertelde ook dat het centrale plein in een stad (in Mexico “zocalo” geheten) in Guatemala “Parque Central” heet. In het Parque Central zat inderdaad een opa in die klederdracht met zijn kleinzoon, ze werden door velen uit onze groep op de foto gezet. Vervolgens gingen we door naar Chichicastenango, een plaats waar ik tijdens een reis door Midden – Amerika 6 jaar geleden ook al eens geweest ben. Helaas is het vandaag geen marktdag, maar een aantal stalletjes met verkoopwaren is er altijd. In Chichicastenango (de hoofdstad van het district) is ook de Mayabijbel (Popol Vuh) gevonden waarin de Maya’s het ontstaan van de mensheid beschrijven. In de Santo Tomas kerk mogen ook hier geen foto’s worden gemaakt. Van buiten, waar op de trappen vele bloemenverkopers hun plek hebben gevonden, mag het gelukkig wel. Vervolgens reden we naar onze lunchplaats (ongeveer 1,5 uur rijden), van daar is het nog 1 tot 1,5 uur rijden via een weg met zeer veel haarspeldbochten naar de koloniale stad Antigua. Deze stad staat ook op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Hier verbleven we 2 nachten in wat misschien wel het mooiste hotel van onze rondreis was: hotel Posado de Don Rodrigo. ’s Avonds was er een mooi optreden van een kleurrijk geklede historische dansgroep.

Dag 14, donderdag 31 oktober, Antigua

Er was geen wake up, ontbijt tot 10,00 uur, kiezen uit de nummers 1 t/m 8.

Antigua werd onder de naam Santiago de los Caballeros in 1543 door de conquistadores gesticht als hoofdstad van de Kapiteinsgeneraliteit Guatemala, een bestuurlijk onderdeel van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje dat het zuidelijke deel van Mexico en Centraal-Amerika besloeg. Rond 1700 werd de bevolking al op 70.000 inwoners geschat. De stad werd echter meerdere malen door epidemieën getroffen. Ook diverse aardbevingen eisten hun tol. Met name in 1773 werden grote delen van de stad in puin gelegd. Na deze aardbevingen werd de hoofdstad in 1776 officieel verplaatst naar het veiliger geachte Guatemala-stad waarna de naam van Santiago de los Caballeros veranderde in “La Antigua Guatemala” . Een bekend plaatje in het straatbeeld van Antigua is de in de nabijheid van ons hotel gelegen gele boog over de straat, de “Arco de Santa Catalina” op de 5e avenue-noord. Hij is gebouwd in de 17e eeuw en vormde de verbinding tussen het Santa Catalina klooster en de er tegenover liggende school. Het was zo voor de nonnen mogelijk om ongestoord, zonder over de straat te hoeven, van het ene gebouw naar het andere te gaan.

Er was de mogelijkheid om een stadswandeling van ongeveer 2 uur te maken. ’s Middags was er een facultatieve excursie naar het “timmerproject” van Suzan, een collega reisleidster. Met de “chickenbus” (zo genoemd omdat je er opgepropt zit als kippen in een legbatterij), tarief 3 quetzal heen en 3 quetzal terug. Op de heenweg was er meer dan voldoende plaats in de bus naar St. Juan Alotenango. Het was daags voor Allerheiligen, net als Allerzielen een belangrijke feestdag in Guatemala. Bij de bloemenwinkel hingen dan ook veel plastic bloemenkransen, van klein tot zeer groot. We bezochten eerst de werkplaats waar jongeren, in de leeftijd van 11 tot 16 jaar, behalve (timmer)technieken, meten in “duimen” en cm, technisch tekenen, gebruik van gereedschap, veilig werken, schilderen, hygiëne, ook zaken als respect, eerlijkheid, samenwerken, omgangsvormen en zelfs het recycleren van afval worden bijgebracht. Daarna gingen we naar de begraafplaats, waar druk werd gewerkt aan het opknappen en versieren van de graven, en waar kinderen aan het vliegeren waren. Daar hollen ze over de graven en klimmen op mausolea om hun bontgekleurde vliegers in de lucht te houden.

Vliegeren met Allerheiligen/ Allerzielen is een eeuwenoude traditie in Guatemala. Op en rond de feestdagen van Allerheiligen en Allerzielen, op 1 en 2 november, zie je in heel Guatemala kinderen vliegeren. Langs de weg, vanaf daken  en op begraafplaatsen. De mensen denken dat de zielen van de overledenen op Allerzielen terugkeren naar de aarde, door de vliegers zou dit gemakkelijker gaan. Op de terugweg was de bus aanzienlijk voller dan op de heenweg, er zaten en stonden ongeveer 70 (!) mensen in de bus, de busboy moest zich van voor naar achteren er tussendoor wringen om het geld voor de rit op te halen.

Dag 15, vrijdag 1 november, Antigua – Rio Dulce

Wake-up: 6.30 uur, ontbijt: 7.00 uur, vertrek: 8.00 uur.

We reden van West naar Oost over de weg die “Atlantico” wordt genoemd van Antigua naar Rio Dulce. Het was een drukke, veel te smalle weg met veel vrachtverkeer. Het is ongeveer 6 uur rijden naar Rio Dulce, waar ons hotel op een eiland ligt. We zullen er dan ook met bootjes naar toe worden vervoerd. Maar voordat we daar zijn moeten we eerst Guatemala-stad door. 25% van de in totaal 16 miljoen Guatemalteken woont daar. Veelal in een van de krottenwijken waarvan we voorbeelden zagen onder de viaducten waarover we reden.

Guatemala kent een roerige politieke geschiedenis. Van de vierde tot de elfde eeuw was Guatemala het kerngebied van de Mayabeschaving. In 1523 werd door de Spanjaarden onder leiding van Pedro de Alvarado aan de verovering van het gebied begonnen. Rond 1550 was dat grotendeels voltooid, maar het zou nog tot 1679 duren voor de laatste Mayastaat Tayasal, viel. Guatemala werd ingedeeld bij het onderkoninkrijk Nieuw-Spanje, waarvan het een kapiteinsgeneraliteit vormde die heel Centraal-Amerika omvatte. Het bestuurlijk centrum is meerdere keren verplaatst. De tweede keer is het naar Antigua Guatemala overgebracht (in het jaar 1543) en de vierde keer naar het huidige Guatemala Stad (in het jaar 1776).

In 1821 werd het als deel van het Mexicaanse Keizerrijk onafhankelijk van Spanje, en twee jaar later scheidde het zich met een aantal andere Centraal-Amerikaanse landen af als de Verenigde Staten van Centraal-Amerika. Die federatie hield op te bestaan in 1840, waarna Guatemala een onafhankelijke republiek werd. Aanvankelijk had Guatemala overwegend conservatieve regeringen, wat met het aantreden van Justo Rufino Barrios in 1871 veranderde. Onder de liberale regering bloeide de economie op door de export van koffie, maar in 1885 kwam een einde aan Barrios’ regering toen hij sneuvelde op veldtocht in El Salvador, dat hij had aangevallen in de hoop de Centraal-Amerikaanse eenheid te herstellen.

Rond de eeuwwisseling kreeg de heersende elite, met als beste voorbeeld de Amerikaanse United Fruit Company, steeds meer grond en macht in handen. In 1931 vestigde Jorge Ubico zijn dictatuur, die zich vooral kenmerkte door een paternalistisch beleid ter verbetering van het lot van de indiaanse bevolking. Nadat hij steeds autoritairder begon op te treden werd hij afgezet in 1944 na een bloedeloze volksopstand, die een korte periode van democratie en voorspoed inleidde, de ‘tien jaren lente’. In 1951 werd de sociaaldemocraat Jacobo Arbenz Guzmán tot president gekozen. Hij startte landhervormingen, tot woede van het leger en de Verenigde Staten, die hem in 1954 omver wierpen. Daarop volgde een lange periode waarin dictaturen en min of meer democratische regeringen elkaar afwisselden. Vanaf de jaren zeventig ontaardde het geweld tot een bloedige burgeroorlog, waarvan vooral de indiaanse bevolking het slachtoffer werd. Het geweld culmineerde in de dictatuur van Efraín Ríos Montt, tijdens wiens regime een genocide op de Mayabevolking plaatsvond.

De democratie werd in 1986 hersteld. Tien jaar later werd de burgeroorlog beëindigd en keerde de vrede langzaam maar zeker weer terug. Dit betekende tevens het einde van de 36 jaar lange periode van conflicten. Sinds de terugkeer van de burgerregering is Guatemala overwegend door centrum-rechtse en rechts-populistische regeringen bestuurd. De huidige president is Otto Pérez.

Agrarische producten zijn de basis van de economie in Guatemala. Vooral koffie (in de iets hoger gelegen gebieden) en bananen zijn belangrijke producten. De koffieplantages zijn de grootste ter wereld.

Het departement Peten is genoemd naar het grootste meer van Guatemala. Vandaar stroomt de Rio Dulce naar de baai van Honduras. Langs de brakwaterrivier vinden we talrijke mangrovebossen.

Het hotel (Hotel Catamaran)  is een verzameling “cabana’s”, houten huisjes, die in de meeste gevallen op palen aan de rand in het meer staan. Elk huisje heeft een eigen naam. We verbleven hier 1 nacht.

Dag 16, zaterdag 2 november, Rio Dulce – Flores

Wake-up: 6.30 uur, ontbijt: 7.15 uur, vertrek: 8.00 uur

We maakten een boottocht (de laatste van deze reis!) naar het plaatsje Livingston aan de kust, waar je alleen maar per boot kunt komen. De afstand van ongeveer 42 km werd door de speedboten in ongeveer 1,5 uur afgelegd. Onderweg viel het enorme contrast tussen arm en rijk erg op: enorm luxe jachten contra uitgeholde boomstammen. Onderweg naar Livingston zagen we weer veel vogels: aalscholvers, veel pelikanen en zelfs ijsvogels.

Livingston is een klein stadje gelegen in het departement Izabal, in het oosten van Guatemala. Het was jarenlang de voornaamste havenstad van Izabal, tot de bouw van Puerto Barrios en Santo Tomás de Castilla. Het is vooral bekend om zijn ongewone mix van Garifuna-, Maya- en Ladino-cultuur. Vooral de Garifuna-cultuur overheerst er en ondanks de toeristen houdt de bevolking graag vast aan tradities. De Garifuna zijn een etnische groep in het Caribisch Gebied, afstammend van een vermenging van Indianen en Afrikanen. Zij worden soms ook Black Caribs genoemd. Er zijn naar schatting zo’n 200.000 Garifuna in Midden-Amerika (Honduras, Nicaragua, Belize, Guatemala) en de Verenigde Staten. De Afrikanen zouden afstammen van negerslaven die vanuit Afrika naar Amerika werden verscheept. Het schip leed schipbreuk en de overlevenden vestigden zich op het eiland St. Vincent. De Engelsen, die het eiland in bezit hadden, verscheepten ze vervolgens naar Roatán, voor de kust van Honduras. Uit eigen beweging vertrokken ze toen naar het vasteland, waar ze zich over de Caribische kust van Midden-Amerika verspreidden met een grote concentratie in Honduras.

Na de lunch in het hotel werden we met de koffers weer naar de bus gevaren en begaven we ons op weg naar Flores. Het is een stadje gelegen in het noorden van Guatemala, in een gebied van de vroegere heersers de Maya’s. Flores ligt op een eiland in het meer van Peten en is een prima uitvalsbasis voor een bezoek aan de ruïnes van Tikal. Ons hotel in Flores, genaamd Santana, ligt aan het mooie meer. We verbleven hier 2 nachten.

Dag 17, zondag 3 november, Flores

Wake-up: 6.30 uur, ontbijt: 7.15 uur, vertrek: 8.00 uur

Het was een uur en een kwartier rijden naar Tikal, vervolgens moest er nog een flink eind (ongeveer 8 km, duur 4 uur) gewandeld worden. Een deel van de reisgroep is dan ook niet meegegaan naar Tikal. Dit was de grootste en allersterkste Mayastad ooit, met 120.000 inwoners. (Het gemiddelde van een Mayastad was ongeveer 20.000!). De inwoners van Tikal zelf noemden hun stad Yax Mutal.

De stad werd bewoond van ongeveer 400 v.Chr. tot 1000 na Chr., maar kende haar hoogtepunt tussen 300 en 850. Ze hebben in Tikal 39 koningen gehad van 1 dynastie. Tikal was een van de machtigste steden in de Klassieke Periode van de Mayabeschaving. De leiders van Copan (in het tegenwoordige Honduras) waren ook afkomstig uit Tikal. Calakmul (Mexico) en Caracol (Belize) waren vijanden, de stad heeft meerdere malen nederlagen moeten ondergaan. In 378 werd haar ahau Jaguarpoot om het leven gebracht door de Teotihuacaanse aanvoerder Siyah K’ak’, die vervolgens een marionet op de troon zette. In 562 werd de stad onderworpen door Caracol, waarmee een periode van meer dan honderd jaar begint die bekendstaat als het “Tikalhiaat”, waaruit nauwelijks inscripties of monumenten bekend zijn. Het Tikalhiaat geldt in de Meso-Amerikaanse periodisering als het punt waarin de Vroegklassieke Periode overgaat in de Laatklassieke Periode. Aan deze periode kwam een einde in 682 toen Jasaw Chan K’awiil I  (“Lord Chocolate”) aan de macht kwam. Jasaw Chan K’awiil wist van Tikal een ongekend machtscentrum te maken. Tikals macht bereikte haar hoogtepunt toen Tikal in 711 haar eeuwige rivaal Calakmul op de knieën wist te krijgen, hoewel het de controle over het zuidwestelijke Mayagebied over moest laten aan Dos Pilas.

De voortdurende oorlog tussen Tikal en Calakmul en hun bondgenoten had echter geleid tot een uitputting van grondstoffen en verwaarlozing van de grond, zodat na achthonderd de Mayabeschaving ineenstortte. De laatste inscriptie in Tikal, een verwijzing naar Jasaw Chan K’awiil II, dateert uit 889. Pas in 1848 werd zij herontdekt door een team Guatemalteekse ontdekkingsreizigers. Eerste grootschalige archeologische opgravingen begonnen in de jaren 50 van de 20e eeuw. In 1979 werd het door de UNESCO tot werelderfgoed verklaard. Onder haar tempels en gebouwen bevinden zich de Piramide van de Grote Jaguar en het Paleis van de Edelen. Samen met aartsrivaal Calakmul is Tikal een van de beste voorbeelden van Maya-architectuur in Peténstijl. Op een oppervlakte van 16 vierkante kilometer bevinden zich een groot aantal complexen, waaronder 6 belangrijke tempels. Tempel 4 is met zijn hoogte van 70 meter de hoogste van Meso-Amerika. Deze tempel is ook te zien in de film “Return of the Yedi”.

De “vogelaars” onder ons kregen een extra kick toen er een aantal vrij zeldzame toekans van dichtbij konden worden waargenomen en gefotografeerd konden worden.

Dag 18, maandag 4 november, Flores – Chetumal

Wake-up: 5.45 uur, ontbijt: 6.30 uur, vertrek: 7.00 uur

We reden via Belize weer van Guatemala naar Mexico. In totaal een busrit van ongeveer 7 uur via de “Hummingbird-highway”. Ondertussen vertelde Ellen nog wat wetenswaardigheden over Guatemala. 74% van de Guatemalteken heeft geen sanitaire voorzieningen, de helft beschikt niet over stromend water. De levensverwachting is 52 jaar. Daarentegen heeft een vrouw in Guatemala gemiddeld 4,5 kinderen, terwijl een vrouw in Mexico gemiddeld 6,7 kinderen heeft. In Guatemala hebben de scholen op dit moment “wintervakantie”. Een zomervakantie kennen ze er niet. De enorme leguanen bij de rivier (zoals in ons programmaboekje stond) hebben we niet gezien. We lunchten onderweg bij een restaurant gedreven door een Canadese moeder en haar twee dochters. Het stond bekend om zijn lekkere stoofpotjes.

Belize dat een oppervlakte heeft van 0,5 x Nederland heette vroeger Brits-Honduras en is een onafhankelijk land (een koninkrijk) met als staatshoofd de Britse koningin Elizabeth II. Het grenst aan Mexico in het noordwesten en Guatemala in het zuiden en westen. Aan het oosten grenst het aan de Caribische Zee. Het land is lid van het Britse Gemenebest. Het land werd voor de komst van de Spanjaarden bewoond door Maya’s. In de 17e eeuw werd het gebied door Britse houthandelaren en piraten gekoloniseerd. Het werd als Brits-Honduras in 1840 formeel een Britse kolonie, ook al werd er aanspraak op gemaakt door Mexico en Guatemala. De orkaan Hattie bracht in 1961 veel schade in Belize. De regering besloot daarop dat het hebben van een hoofdstad onder zeeniveau te riskant was. Na enkele jaren was de nieuwe hoofdstad Belmopan ontworpen, in het precieze geografische centrum van het land. In de jaren zeventig werd met de verhuizing van regeringsgebouwen begonnen. In 1964 kreeg Brits-Honduras intern zelfbestuur en in juni 1973 kreeg het de naam Belize. Het effectieve gezag bleef echter in handen van de gouverneur uit Groot-Brittannië. De People’s United Party, onder leiding van George Price, was leider van de onafhankelijkheidsbeweging. Op 21 september 1981, na vertragingen vanwege territoriale geschillen met Guatemala, werd Belize onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk. De nieuwe staat bleef grensconflicten kennen. Er bleef zelfs, ter bescherming, een Brits garnizoen achter. Het duurde tot 1991 voordat Guatemala Belize erkende. Tot heden is er echter een grensdispuut tussen beide landen. Op veel Guatemalteekse kaarten is Belize (of een deel ervan) als departement van Guatemala afgebeeld. De bevolking is zodanig vermengd dat een onderscheid naar herkomst zeer moeilijk te maken is. De belangrijkste etnische groepen vormen de mestiezen (44%), de creolen (30%), de indianen (vooral Maya’s; 11%) en zwarte Cariben (7%); er zijn slechts kleine groepen Europeanen en Aziaten (onder andere Chinezen en Taiwanezen). De verschillende groepen en culturen leven relatief vreedzaam met elkaar samen. In het zuiden van het land leeft een relatief grote kolonie mennonieten. De groep bestaat uit 11.658 personen (2010), waarvan er 10.865 van Europese komaf zijn, vooral uit Duitsland, Nederland en Canada. De landbouw is de belangrijkste inkomstenbron voor de mennonieten. De mennonitische gemeenschap staat bekend om haar strenge geloofsregels. De gezinnen zijn groot, trouwen buiten de eigen gemeenschap wordt niet geaccepteerd. Vrouwen dragen geen broeken en hebben lang haar. Alle mannen dragen hetzelfde: hoed, tuinbroek en een geruit hemd. De vrouwen dragen wijde rokken en witte hoeden. Vervoer gaat per paard en wagen.  Meer dan 50% van de bevolking van Belize leeft op het platteland. De levensverwachting van de inwoners van Belize bedraagt 79,9 jaar. De gemiddelde jaartemperatuur is er 28 graden Celsius.

Bij de grens van Belize met Mexico was de controle relatief streng, dat kwam omdat we nu op de zuid-noord route zaten die berucht is vanwege drugs- en mensensmokkel. Ook moesten we wisselen van bus. We kregen als nieuwe chauffeur Miguel die ons naar Chetumal reed. Chetumal (Yucateeks Maya: Chaktumen) is de hoofdstad van de staat Quintana Roo, in het uiterste oosten van Mexico. Chetumal heeft ongeveer 150.000  inwoners De stad ligt aan de Baai van Chetumal, aan de monding van de Río Hondo, die de grens vormt met Belize. De stad heeft een luchthaven. Veel mensen uit Belize bezoeken de stad, omdat het er goedkoper is dan in Belize en vanwege de casino’s. We verbleven 1 nacht in hotel Marlon.

Dag 19, dinsdag 5 november, Chetumal – Playa del Carmen

Wake-up: 6.30 uur, ontbijt: 7.00 uur, vertrek: 8.00 uur

We reden via Tulum in ongeveer 4 uur naar Playa del Carmen. Omdat de chauffeur gehoord had dat er verderop op de weg een wegblokkade zou zijn hebben we 60 kilometer (ongeveer 1,5 uur extra) moeten omrijden. Ook nu waren er onderweg weer veel verkeersdrempels. In Tulum aangekomen aten we eerst een broodje bij de “SubWay”. Vervolgens gingen we in een wagen achter een tractor, waarop wel lang gewacht moest worden omdat een aantal wagens defecten vertoonden, naar de (kleine) archeologische site. De stad lag op een 12 meter hoge klif aan de Caribische Zee in de Riviera Maya en is daarmee een populaire bestemming voor toeristen. Tulum is een van de laatst gebouwde Mayacomplexen en kende haar bloeitijd in de periode van 1000-1200 na Chr. Het was een handelsstad, de Maya’s aldaar waren bekend met het vervoer over zee en ze wisten bovendien waar de “openingen” in het rif voor de kust waar de schepen doorheen konden zich bevonden. De stad is geheel ommuurd en er staan verschillende tempels. De bouwstijl is ook anders dan in andere Mayasteden, het zijn kleine, lage gebouwtjes in plaats van hoge piramides. Eén van de bouwwerken diende als een soort vuurtoren. Hier werd ’s nachts een vuur aangestoken dat door een opening in een muur scheen. Hierdoor konden de zeelieden tussen de riffen door navigeren.

Vervolgens reden we naar ons hotel, Hotel Hacienda Real del Caribe, gelegen op de kruising van Avenida 10 met Calle 10. Avenida’ s lopen evenwijdig aan het strand, te beginnen met 0, vervolgens 5 en dan 10 enz. Haaks daarop lopen de Calle ’s. Avenida 5 is de meest dure winkelstraat, die daarachter (hoe verder van het strand af) zijn goedkoper. Bij het hotel aangekomen namen we afscheid van onze gids Ellen. Zij moest samen met chauffeur Miguel met de bus naar Cancun, waar ze op het vliegtuig naar Mexico-stad zou stappen. We verbleven 4 nachten in Hotel Hacienda Real del Caribe.

Dag 20 t/m dag 22, woensdag 6 november t/m vrijdag 8 november, Playa del Carmen

Deze dagen waren ter vrije besteding. Men ging naar het strand, koffie drinken bij Starbucks, een ijsje eten bij Haagen-Dasz, een Mojito drinken op een terras, en veel meer. Mij viel op dat een favoriete gewoonte van de (zwaar bewapende) lokale politie het afschroeven van nummerborden van fout geparkeerde auto’s was. ‘s  Avonds was er bij het indianenmonument aan het strand een optreden van de indianen. Ook was er een voorstelling van in traditionele kledij geklede mannen die in een hoge paal klommen, onder begeleiding van fluitmuziek en getrommel, en die daar aan lange touwen gebonden vervolgens ondersteboven vanaf “zweefden”. Het diner in het hotel ’s avonds was een ervaring apart: In amper 20 minuten werden de drie gangen erdoor gejast!

Dag 23, zaterdag 9 november, Playa del Carmen – Cancun – Chicago – Amsterdam

Om 8.30 uur zouden we door de bus opgehaald worden bij het hotel. Om onbekende redenen kwam de bus niet bij het hotel voorrijden, maar bleek hij in een van de zijstraten te staan. Nadat de bus was opgespoord duurde het nog maar even en kon de bagage worden ingeladen. Om 12.27 uur vertrokken we met vlucht UA 1196 van Cancun naar Chicago. Daar kwamen we rond 16.18 uur aan. Toen begon voor een aantal van de reisgroep de ellende pas goed. Doordat er eerst weer alle grensformaliteiten, inclusief nemen van vingerafdrukken en maken van een foto vervuld moesten worden en er vervolgens nog een onzinnig groot aantal veiligheidscontroles tijdens de overstap gepasseerd moesten worden, bleek voor 10 van de 24 reisgenoten de overstaptijd van ongeveer 2 uur net te kort te zijn. Ze misten helaas de vlucht UA 909 van Chicago naar Amsterdam. Degenen die wel het geluk hadden om op tijd in het toestel te zitten hadden alles in het werk gesteld om de crew ervan te overtuigen dat er nog een aantal mensen voor de deur stonden, maar de bemanning stelde zich onwrikbaar op. De 10 “ongelukkigen” hebben hun reis met 24 uur vertraging voortgezet nadat ze van de mogelijkheid om Chicago te bezichtigen gebruik hadden gemaakt.

Dag 24, aankomst in Amsterdam

In regenachtig Amsterdam aangekomen stond de bus die ons naar Holten zou brengen al klaar. Daarmee was een eind gekomen aan een fantastische reis!

 

29 november 2013, Hendrik.